Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Trillingen tijdens de bouw boortunnel en de exploitatie van de HSL

Algemene informatie

Auteur E.C. Klaver, K. Guldie
Uitgever Projectorganisatie Hogesnelheidslijn-Zuid
Uitgavedatum november 1998
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels Ondergrondse inrichting

Samenvatting

In het kader van de aanleg van de HSL-Zuid tussen de Does, gemeente Leiderdorp en Westeinde, gemeente Rijnwoude, is een tunnel gepland teneinde het Groene Hart te sparen. De tunnel zal als geboorde tunnel worden gebouwd. Uitgangspunt tijdens de studie is dat het spoor als embedded rail zal worden uitgevoerd. Op twee plaatsen, bij de Oude Rijn en bij Westeinde kruist de tunnel lintbebouwing. Hier bevindt zich bewoning op korte afstand van de tunnel. Zowel de bouw als de exploitatie...

In het kader van de aanleg van de HSL-Zuid tussen de Does, gemeente Leiderdorp en Westeinde, gemeente Rijnwoude, is een tunnel gepland teneinde het Groene Hart te sparen. De tunnel zal als geboorde tunnel worden gebouwd. Uitgangspunt tijdens de studie is dat het spoor als embedded rail zal worden uitgevoerd.
Op twee plaatsen, bij de Oude Rijn en bij Westeinde kruist de tunnel lintbebouwing. Hier bevindt zich bewoning op korte afstand van de tunnel. Zowel de bouw als de exploitatie van de Groene Hart tunnel zal leiden tot trillingsemissie in de tunnel. Tijdens de exploitatie van de tunnel zullen HST passages trillingen veroorzaken in de tunnel en ondergrond. Tijdens de bouw zijn de voornaamste bronnen het heien van funderingspalen, het trillen/heien van de grondkeringen, het bouwverkeer, de tunnelboormachine (TBM) en de werktreinen.
De trillingsuitbreiding door de bodem naar de omliggende bebouwing kan mogelijk tot hinder of schade leiden. Daarnaast kunnen de trillingen in de woningen leiden tot laagfrequent geluid, het zogenaamde contactgeluid. In het onderhavige rapport zijn de trillingsterktes en contactgeluidniveaus, die tijdens de bouwen exploitatie van de Groene Harttunnel kunnen optreden, samengevat naar aanleiding van diverse studies die zijn verricht. Daar waar overschrijding van vooraf opgestelde criteria is geconstateerd, zijn maatregelen voorgesteld. Geluidshinder, uitgezonderd contactgeluid, is hierbij niet beschouwd.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

L510 – Inventarisatie ontwerpmethoden boortunnels voor weg- en railverbindingen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L510 – Inventarisatie ontwerpmethoden boortunnels voor weg- en railverbindingen

Auteurs:
Commissie L510 (COB)
Uitgever: COB
Uitgave: 1996 | Geüpload op: 6 september 2016

Dit rapport bevat een inventarisatie van ontwerpeisen en bijbehorende ontwerpmethoden voor boortunnels onder Nederlandse omstandigheden.

Bekijk document
PDF
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Rescue, evacuation and fire protection at the Koralm Tunnel

Auteurs:
S. Fehleisen, J Friessnegg
Uitgever: Institut für Verbrennungskraftmaschinen und Thermodynamik, Technische Universität Graz
Uitgave: 2016 | Geüpload op: 29 augustus 2016

The construction of the Koralm Railway is carried out over several phases, with some sections being worked on simultaneously. Apart from the 33 kilometre long Koralm Tunnel-- which is the centrepiece of the Koralm Railway--and other smaller stations and stops, two new intercity stations will be built near the two tunnel portals. Presently, the work is completed or under construction for 90 percent of the Koralm Railway projects. The Koralm Railway will be fully operational by 2023 as a continuous double-tracked, electrified highspeed railway line with maximum speed of up to 250 kilometres per hour (ÖBB, 2012a)

Bekijk document
LINK
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Tunnelbijlage Noordhollands dagblad

Auteurs:
Van Splunter et al.
Uitgever: Noordhollands dagblad
Uitgave: 9 april 2016 | Geüpload op: 1 juni 2016

De Leidsche Rijntunnel in Utrecht, de Roertunnel bij Roermond en de Koning Willem-Alexandertunnel in Maastricht die dit jaar wordt opengesteld; het zijn voorbeelden van landtunnels die er de laatste jaren zijn bijgekomen. Tunnels die de leefbaarheid moeten vergroten en die ervoor moeten zorgen dat barrières tussen stadsdelen worden opgeheven.

Bekijk document
Werkwijzer monitoring zinktunnels versie 2.0
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Werkwijzer monitoring zinktunnels versie 2.0

Auteurs:
Brenda Berkhout, Mark van der Heijden e.a.
Uitgever: COB
Uitgave: 18 oktober 2022 | Geüpload op: 27 januari 2026

De Werkwijzer monitoring zinktunnels is gericht op het inrichten van een monitoringsysteem in een tunnel, in samenhang met het daaropvolgende proces van data-analyse, data-interpretatie, het uitvoeren van een conditiebepaling van de tunnel en het voorspellen van toekomstig gedrag. De werkwijzer is bedoeld ter ondersteuning van de besluitvorming over monitoring: wat moet er worden gemonitord, op welke manier en met welke frequentie? Daarbij gaat het vooralsnog om het verzamelen van data voor wetenschappelijk onderzoek (door PhD-, PDeng- en MSc-studenten).

Bekijk document
PDF
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Schade Oostbuis Westerscheldetunnel

Auteurs:
E. Sonke
Uitgever: Arcadis
Uitgave: 27 november 2023 | Geüpload op: 6 mei 2024

In juni 2023 is door de N.V. Westerscheldetunnel opdracht gegeven aan Arcadis Nederland BV (hierna Arcadis) om de stabiliteit van de constructie te beoordelen, de mogelijke oorzaak van de schade te onderzoeken en te adviseren over de te nemen maatregelen.

Bekijk document
A formal analysis of Dutch generic integral tunnel design models
Presentatie

A formal analysis of Dutch generic integral tunnel design models

Auteurs:
Kevin H.J. Jilissen
Uitgever: TU Eindhoven
Uitgave: juni 2023 | Geüpload op: 29 augustus 2023

Het Generiek Integraal Tunnel Ontwerp (GITO) bevat generieke modellen voor de besturingssystemen van tunnels van Rijkswaterstaat. Een formele verificatie van deze modellen bevordert de veiligheid en betrouwbaarheid van van GITO afgeleide tunnelcontrolesystemen. De GITO-modellen zijn niet formeel gespecificeerd, wat het gebruik van formele methoden om de juistheid van de modellen te verifiëren bemoeilijkt. In dit rapport wordt onderzocht in hoeverre een formele verificatie van deze modellen mogelijk is.

Bekijk document