
Energiepaspoort van de Drechttunnel


Energiepaspoort van de Roertunnel


Energiepaspoort van de Velsertunnel


Energiepaspoort van de Westerscheldetunnel


Energiepaspoort van de Zeeburgertunnel.


Het Energiepaspoort van de Kiltunnel.




Het ontwerp van drijvende tunnels (Submerged Floating Tunnels, SFTs) is een complexe opgave. Deze tunnels worden gezien als een potentieel alternatief voor diepe en brede waterwegen. De uitdaging is om tot een economisch en betrouwbaar ontwerp te komen.
Het doel van het proefschrift is om methodes aan te reiken voor het ontwerp en de beoordeling daarvan voor SFTs. De aanpak is verdeeld in drie delen: eerst worden algemene overkoepelende onderwerpen behandeld om het onderwerp en de theoretische methoden en betrouwbaarheidseisen voor constructies, en specifiek voor SFTs, te introduceren.
Het tweede deel richt zich op probabilistisch ontwerp met behulp van niet-parametrische Bayesiaanse netwerken en Vine Copulas, de analyse van verkeersbelasting op een SFT en de kwantificatie van faalkansen door buigmomenten. Ook wordt een dynamische verhaalanalyse (DMA) uitgevoerd op een hypothetisch SFT-model.
De resultaten van dit onderzoeksprogramma worden vertaald naar procedures voor het ontwerp en de beoordeling van SFTs, en kunnen ook worden toegepast in andere industriële domeinen. Moderne numerieke modelleringstools in combinatie met experimenteel werk worden gebruikt om het structurele gedrag te evalueren.


Dit is een test-document van samenwerkingsverband Leiden.


Het project Samen Digitaal is een samenwerking tussen Grenzeloos Datalandschap, Mijn Aansluiting en het Centrum Ondergronds Bouwen om de uitwisseling van plandata tussen publieke grondeigenaren en netbeheerders te vergemakkelijken en verbeteren.
Het is druk in de ondergrond en vanwege klimaatadaptatie, vergroening, stedelijke verdichting en de uitrol van breedband telecomdiensten moet er nog meer bij. Door samen te werken en plandata uit te wisselen, kan de ondergrondse ruimte efficiënter benut worden en is het mogelijk ondergrondse werkzaamheden op elkaar af te stemmen en hinder ervan te beperken.
Om die samenwerking te faciliteren en stimuleren zijn tien architectuurprincipes voor het delen van plandata opgesteld, gebaseerd op de FAIR-principes, waarbij data bij de bron kan blijven. Op basis van deze principes kan één digitaal ecosysteem voor gegevensuitwisseling worden gecreëerd. In een groeiend aantal lokale samenwerkomgevingen, ook wel ‘hubs’, wordt data-uitwisseling georganiseerd conform de architectuurprincipes van Samen Digitaal. In de Samen Digitaal community worden deze hubs met elkaar verbonden en kunnen ervaringen worden uitgewisseld, staan er hulpmiddelen ter beschikking en wordt het raamwerk doorontwikkeld.
Dit rapport omschrijft de totstandkoming van Samen Digitaal, de governancestructuur van het project, en de ontwikkelde principes en tools voor de uitwisseling van plandata. Tot slot wordt toegelicht hoe Samen Digitaal doorontwikkeld en eventueel op andere thema’s en maatschappelijke uitdagingen toegepast kan worden.


Binnen het project ‘Evolutiepad naar uniformiteit’ onderzoekt het COB-netwerk hoe er bij renovatieprojecten meer uniforme oplossingen kunnen worden toegepast, zodat tunnels gelijkvormiger worden, renovaties sneller, soepeler en efficiënter verlopen en toekomstige renovaties eenvoudiger en met minder tunnelafsluitingen kunnen worden uitgevoerd. In dit rapport zijn de resultaten van dit onderzoek beschreven. Dit rapport legt het basisprincipe van uniformering van referentieontwerpen en systeemarchitectuur uit en werkt deze principes uit voor secties van tunnelbuizen. De essentie is het herkennen van patronen en relaties tussen de verschillende installaties en hun onderdelen, en het slim op elkaar afstemmen van deze patronen. De vluchtdeuren vormen het vertrekpunt, omdat de openingen hiervoor meestal vastliggen in de civiele constructie. Voor de meest essentiële systemen van een tunnel (het transmissienetwerk, de energievoorziening en de tunnelventilatie) zijn typicals uitgewerkt die gebruikt kunnen worden door opdrachtgevers om te verwerken in hun contracten. Een uniforme projectering zorgt er onder meer voor dat de ontwerp- en engineerings- inspanning van de verkeers- en tunneltechnische installaties (VTTI) voor de verschillende tunnelsecties substantieel afneemt. Daarnaast worden beheer en onderhoud met gestandaardiseerde oplossingen eenvoudiger. Een nadeel kan zijn dat marktpartijen die al voor zichzelf een uniform ontwerp hebben uitgewerkt, dit ontwerp moeten aanpassen aan de eisen van opdrachtgevers. Dit rapport bevat daarnaast een aanpak om te komen tot uniforme coderingen. Heldere en eenduidige coderingsafspraken voor de verschillende gebruikersgroepen zijn een cruciale voorwaarde voor een soepel renovatieproces. Als direct aan het begin van een project goede afspraken worden gemaakt over coderingen, zijn veel fouten te voorkomen. De logica neemt toe als het principe van repeterende patronen toegepast wordt. Het rapport besteed kort de aandacht aan metadata, omdat een grootschalige renovatie waarbij de oude installaties worden vervangen, een geschikt moment is om vast te stellen welke metadata tijdens de beheerfase gewenst zijn. Het werken met een hoge mate van standaardisering van functionaliteit en technische koppelvlakken maakt het mogelijk om met micro-renovaties te gaan werken, waarbij in kortdurende afsluitingen delen van de tunnel gerenoveerd worden.


Het Nederlandse hoofdwegennet bevat vele zinktunnels. Bij het ontwerp en tijdens de beheerfase is geen rekening gehouden met een noodzaak voor onderhoud aan de zinkvoegen en sluitvoeg. Op basis van de uitkomsten van hierop volgende studies en inspecties blijkt dit wel degelijk nodig te zijn.
De Heinenoordtunnel is de eerste van een serie zinktunnels die in de periode 2020 – 2030 door Rijkswaterstaat is gerenoveerd. Alle kennis die hier is opgedaan over de toepassing van producten, technieken en maatregelen voor specifiek het onderhoud aan zink- en sluitvoegen, is gebundeld in dit eindrapport.
Het rapport start met basisinformatie over zinkvoegen en sluitvoegen en relevante kenmerken van de Heinenoordtunnel. Ook de projectorganisatie wordt uitgebreid beschreven om eventueel eenvoudig contact te kunnen leggen wanneer gedurende volgende projecten vragen ontstaan. Daarna volgt een toelichting op de uitgevoerde onderzoeken waarmee de beste producten, technieken en methoden zijn bepaald. De uitgangspunten en overwegingen worden op een rij gezet en voor elke maatregel worden de belangrijkste aandachtspunten en uitgevoerde testen toegelicht. Uiteraard worden ook de bevindingen in de praktijk gedeeld.
Onderwerpen die aan bod komen zijn: toepassing van inhibitor, stralen en coaten van klemlijsten, bouten en moeren, aanbrengen van wax tussen klemlijst en rubberprofiel, en het toepassen van een aanvullende klemconstructie. Als ‘extra’ wordt een pilot van kathodische bescherming (KB) voor de stalen klemlijsten van de Kiltunnel beschreven.
Het rapport wordt afgesloten met diverse adviezen voor aankomende gelijksoortige projecten.


Burgers, bedrijven en overheden vertrouwen erop dat ze continu gebruik kunnen maken van de Nederlandse infrastructuur. Echter, in de toekomst zullen tunnels steeds vaker te maken krijgen met extreme weersomstandigheden. Het COB-netwerk heeft een eerste verkenning gedaan om de risico’s van klimaatverandering ten aanzien van (toekomstige) tunnels in kaart te kunnen brengen en te beperken.
De werkgroep heeft vijf hoofdonderwerpen/-activiteiten geformuleerd waarnaar in de (nabije) toekomst gehandeld moet worden: het vormen van een gezamenlijk vocabulaire en risicoframework, het scopen en precisering van klimaatonderzoek, het nader bekijken van beleidskeuzes en ontwerpnormen, het opzetten van een casestudie rondom het vergroten van klimaatveerkracht en als laatste het toewerken naar een klimaatpaspoort.
In het rapport worden de hoofdonderwerpen en de bijbehorende activiteiten nader toegelicht.


De overgang naar een circulaire economie is voor de infrasector een van de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren. In de context van tunnelprojecten betekent dit dat er meer aandacht komt voor het behoud en hergebruik van grondstoffen, materialen en onderdelen binnen tunneltechnische installaties (TTI). Dit rapport onderzoekt manieren om de milieueffecten van TTI in kaart te brengen, met name door te kijken of de in de infrasector welbekende ‘milieukostenindicator’ (MKI) ook toepasbaar kan zijn binnen de tunnelsector en specifiek ten aanzien van TTI.
Uit de resultaten van het project blijkt dat het gebruik van de MKI leidt tot inzichten en duurzame oplossingen, onder andere omdat het de gehele productieketen transparant maakt. Het rapport sluit af met het formuleren van een aantal vervolgstappen om de milieu-impact daadwerkelijk in kaart te brengen, nu onderzocht is hoe gebruik van de MKI hierbij kan helpen.
De data en onderbouwing van het project zijn samengebracht in de bijbehorende Rekentool: MKI-berekening en zwaartepuntanalyse, die te downloaden is vanaf de kennisbank van het COB.


In 2030 moet bij de renovatie van tunnels zoveel mogelijk ingezet worden op hergebruik. Met een materialenpaspoort kan de (potentie van) herbruikbaarheid van tunneltechnische installaties (TTI) vastgelegd worden, wat hergebruik faciliteert. Deze handleiding beschrijft de eisen aan en werkwijze voor het opstellen van een materialenpaspoort voor TTI. Bij deze handleiding hoort het Format materialenpaspoort TTI.
Om stap voor stap zinvolle materialenpaspoorten op te kunnen stellen, begint de handleiding met een selectie op deelinstallatieniveau. Vervolgens moet worden bedacht wat er wel en niet van de installatie moet worden uitgewerkt, en op welk niveau.
De specificaties per product kunnen ook weergegeven worden in een apart overzicht: een paspoort per product. Dit geeft gericht informatie aan een belangstellende voor hergebruik van dat product.


De Knelpuntenanalyse circulariteitsmaatregelen TTI biedt inzicht in belemmeringen en mogelijke oplossingen voor circulaire tunneltechnische installaties (TTI). Nederland wil in 2050 een circulaire economie realiseren, met halvering van het gebruik van primaire grondstoffen in 2030. Dit vraagt om circulaire aanpak van tunnels, waarbij tunneltechnische installaties (TTI) een sleutelrol spelen vanwege hun grote aandeel inrenovaties en onderhoud.
Via interviews, bronnenonderzoek en expertreviews zijn de belemmeringen geïnventariseerd, geanalyseerd en geclusterd. Op basis van de analyse zijn oplossingsrichtingen bepaald die de transitie naar circulariteit versnellen. Deze dienen de komende jaren verder uitgewerkt en opgevolgd te worden.


Het Format materialenpaspoort TTI hoort bij de Handleiding materialenpaspoort TTI. In 2030 moet bij de renovatie van tunnels zoveel mogelijk ingezet worden op hergebruik. Met een materialenpaspoort kan de (potentie van) herbruikbaarheid van tunneltechnische installaties (TTI) vastgelegd worden, wat hergebruik faciliteert. De handleiding beschrijft de eisen aan en werkwijze voor het opstellen van een materialenpaspoort voor TTI. Het format helpt bij het daadwerkelijk opstellen van het materialenpaspoort.


De rekentool MKI-berekening en zwaartepuntanalyse hoort bij het rapport Toepasbaarheid MKI op TTI. Het bevat de data, onderbouwing en resultaten van het project met de oorspronkelijke naam ‘Haalbaarheid MKI op TTI’. TTI’s zijn in grote getallen aanwezig in tunnelprojecten en hebben aanzienlijke milieu-impact. De sector heeft nog maar beperkt onderbouwd beeld waar deze milieu-impact precies zit. Een manier om de milieu-impact te bepalen is via de Milieu Kosten Indicator (MKI). Betrouwbare MKI data ontbreken op dit moment nog voor diverse TTI’s. In het deelproject is de milieu-impact van de TTI in een tunnel inzichtelijk gemaakt. De focus ligt hierbij op de ‘high potentials’.
