Loading...

De Onderbreking

Waardering

Waardering

Harderwijk, Parkeergarage Houtwal

Advies op de bouwplaats

Multifunctionele waterkeringen

Den Haag, Tramtunnel

Zo kan het ook: fijn fietsen

Kennisbank

Waardering

In de praktijk wordt veel gesproken over integrale gebiedsontwikkeling, maar men vergeet vaak de potentie van de bodem. De ondergrond kan een kwaliteitsimpuls geven aan de bovengrond. Welke waarde voegt ondergronds ruimtegebruik toe? Kunnen we die meerwaarde ook hard economisch neerzetten?

De huidige ruimtelijke ordening is primair gericht op de bovengrondse ruimte. Wanneer de ondergrondse ruimte als volwaardige component in de planvorming wordt meegenomen, komen de kansen in beeld. Zo kan ondergronds ruimtegebruik positief bijdragen aan maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en klimaatverandering. Door functies ondergronds te brengen, blijft er bovengronds ruimte over voor andere doeleinden. Deze toegevoegde waarde van ondergronds bouwen is echter lastig in kaart te brengen, terwijl de kosten vaak relatief goed zijn in te schatten.

Veel participanten hebben met deze kwestie te maken en het COB wil hen hierin ondersteunen. Er spelen civieltechnische, juridische, beleidsmatige en economische vragen die in samenhang bekeken moeten worden om de ondergrond op waarde te kunnen schatten.

Senang in ondergrondse parkeergarage

Onder het glooiende gras van het Catharina Amaliapark in Apeldoorn ligt een tweelaags parkeergarage, ontworpen door Zwarts & Jansma Architecten. Bij het ontwerp stond voor de architecten voorop dat bezoekers zich in de garage prettig en veilig moeten voelen. Om dit te bereiken, hebben ze vanaf het eerste begin alle relevante partijen in de planvorming meegenomen. Met succes; de Brinklaangarage straalt rust en veiligheid uit. 

Wie in een willekeurige parkeergarage eens goed om zich heen kijkt, ziet meestal een matig verlichte grauwe ruimte, lage plafonds vol leidingen en installaties, en om de zoveel meter een betonnen draagbalk ondersteund door betonkolommen. Kortom, een naargeestige en weinig overzichtelijke omgeving waar je het liefst zo kort mogelijk bent. Toen Zwarts & Jansma Architecten de opdracht kregen om een ondergrondse parkeergarage te ontwerpen in het Apeldoornse Catharina Amaliapark wisten ze één ding zeker: het moest geen sombere ruimte worden, maar een garage waar bezoekers goed hun weg kunnen vinden en zich veilig voelen. 

Workshops

De bouw van de parkeergarage is onderdeel van de herinrichting van het gebied rond de Brinklaan. Dit gebied bestond grotendeels uit een parkeerterrein en enkele groenstroken. “De gemeente Apeldoorn wilde dit gebied transformeren tot een groene stadsentree”, vertelt Reinald Top van Zwarts & Jansma. “Toen wij door de gemeente werden ingehuurd, lag er al een landschapsplan van OKRA landschapsarchitecten. In nauw overleg met hen zijn wij een parkeergarage gaan ontwerpen, waarbij een maximale ‘parkbeleving’ centraal stond. Om snel duidelijk te krijgen aan welke eisen de garage moest voldoen en hoe bijvoorbeeld de aan- en afvoerroutes moesten lopen, hebben we workshops georganiseerd met vertegenwoordigers van de gemeente, zoals bouw- en woningtoezicht, verkeerskundigen en ontwerpers openbare ruimte, en met een installatieadviseur en een constructeur. Vervolgens hebben we schetsen gemaakt die we hebben voorgelegd aan klankbordgroepen met bewoners. Deze aanpak leidde tot een ontwerp waarbij we het park met een binnentuin als het ware de garage in trokken.”

Eenduidig kleurgebruik

Top vervolgt: “Helaas voldeed het ontwerp niet aan een zogeheten voornorm, wat voor de brandweer aanleiding was om het af te keuren. Daarna lag het proces lange tijd stil. Na anderhalf jaar klopte de gemeente weer bij ons aan, omdat ze toch een garage wilden hebben. De eisen waren nog steeds hetzelfde: een openbare garage met twee lagen en honderdtwintig parkeerplekken per laag, die zo veel mogelijk wegvalt in het park. En voor ons gold nog steeds dat we een garage wilden ontwerpen waarin bezoekers zich prettig en veilig voelen. We moesten alleen op zoek naar een andere oplossing. Al gauw hadden we het idee dat we het gewenste beeld konden realiseren door uit te gaan van een volledig gesloten garage met een vlak plafond, een transparant en centraal gelegen trappenhuis, een eenduidig kleurgebruik en een goed verlichtingsplan.”

‘‘Door alle leidingen in het beton te storten en de draagbalken in het plafond te integreren, is het plafond helemaal vlak. Dat zorgt voor een overzichtelijke ruimte, waarin de aandacht van de bezoeker alleen gaat naar de elementen die voor hem belangrijk zijn.’’ (Foto: Zwarts & Jansma Architecten)

Gemeenschappelijke visie

Collega-architect Bas Symons vult aan: “We realiseerden ons ook direct dat een dergelijk ontwerp alleen mogelijk was als we alle partijen, zoals constructeurs, installateurs, verkeerskundigen en brandtechnici, vanaf het begin zouden meenemen om tot een integraal plan te komen. De standaard bouwpraktijk bij parkeergarages is namelijk dat eerst de ruwbouw wordt gedaan, en pas daarna kijken de onderaannemers hoe ze de verschillende installaties kunnen aanbrengen. Meestal krijg je dan een optelling van suboptimale oplossingen. Dat wilden wij niet. Daarom hebben we ook bij dit ontwerpproces workshops georganiseerd, waarbij wij ons idee hebben uitgelegd. Vervolgens hebben we aan de anderen gevraagd aan te geven welke mogelijkheden zij zelf zagen om invulling te geven aan ons idee. Dat werkte goed en heeft ervoor gezorgd dat we vrij snel een gemeenschappelijke visie hadden.”

“Door alle leidingen in het beton te storten en de draagbalken in het plafond te integreren, is het plafond helemaal vlak. Dat zorgt voor een overzichtelijke ruimte, waarin de aandacht van de bezoeker niet wordt afgeleid en alleen gaat naar de elementen die voor hem belangrijk zijn, zoals de bewegwijzering. De garage is rechthoekig en voor de wanden zijn we uitgegaan van damwandplanken. Om donkere hoeken te vermijden hebben we ze afgerond. Verder zijn we uitgegaan van een eenduidig kleurenschema. Zo hebben we het plafond en de kolommen wit geschilderd om rust te creëren. De rijbanen zijn lichtgrijs en de wanden en parkeervakken rood. Voor de bewegwijzering hebben we gebruikgemaakt van eenvoudige symbolen en grafische elementen. Met de verlichting hebben we ruimtelijkheid van de garage zo veel mogelijk proberen te vergroten. Vooral de lichtlijnen in een koof langs de wanden dragen daar sterk aan bij.”

Beekdal

Naast een rustige en ruimtelijke uitstraling was een goede inpassing van de garage in het park een belangrijke doelstelling. “Bij de herinrichting stond voorop dat de beek De Grift – die door een persleiding liep – weer bovengronds moest komen”, aldus Top. “De landschapsarchitecten van OKRA hebben dat aangegrepen om het park vorm te geven als een beekdal met glooiende oevers. Samen met hen hebben we ervoor gekozen om een van de hellingen over de garage te laten lopen en de ventilatieopeningen zo veel mogelijk weg te werken in het park. Verder zijn de wegen en de paden verdiept aangelegd, waardoor het park een groene uitstraling heeft.”

Kabels en leidingen

Door de vele ondergrondse kabels en leidingen in het gebied bleek het lastig om een geschikte plek voor de garage te vinden. Daarnaast moest de constructeur slimme oplossingen bedenken, omdat op het dak bomen zijn geplant en de beek er deels overheen loopt. “In het gebied stonden veel grote bomen die zo veel mogelijk zijn gespaard”, legt Symons uit. “Een deel van deze bomen staat op het garagedak. Om dat mogelijk te maken, is de heuvel boven het dak overal anderhalf tot twee meter hoog. Op plekken waar geen bomen staan, hebben we de ophoging deels met EPS (piepschuim) gemaakt. Daardoor blijft het gewicht beperkt en hoefden we de dakconstructie niet overal te versterken”.

Tevreden

Terugkijkend zijn Top en Symons erg tevreden over het eindresultaat. Top: “Bij ons eerste ontwerp kreeg de garage betekenis door het park dat als het ware in de garage werd getrokken. De parkeergarage die er nu ligt, heeft kwaliteit door het unieke eigen ontwerp. Een ontwerp dat ervoor zorgt dat bezoekers zich senang voelen in de garage”.

Parkeergarage Houtwal

Om in de binnenstad voldoende parkeergelegenheid te creëren zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid van het centrum, heeft de gemeente Harderwijk een nieuwe parkeergarage laten bouwen aan de Houtwal.

De garage is rond, heeft een diameter van 60 meter en biedt plaats aan 450 voertuigen. In het midden heeft hij een groot glazen dak, dat ervoor zorgt dat tot onderin – ruim 21 meter beneden het maaiveld – daglicht valt. De parkeerlagen hebben de vorm van een spiraal en liggen rond de lichtschacht die een doorsnede heeft van 12 meter. Op weg naar beneden komen bezoekers nergens een pilaar tegen. Voor het verlaten van de garage is een aparte rijbaan gemaakt rond de lichtschacht, die automobilisten zonder obstakels naar de uitgang voert.

Automobilisten rijden als in een kurkentrekker naar beneden. (Beeld: Gemeente Harderwijk)

Diepwanden

De garage is aanbesteed als design-and-constructcontract, en ontworpen en gebouwd door bouwcombinatie Houtwal. Voor de bouw zijn diepwanden gemaakt tot een diepte van 24,5 meter, waarbij elk paneel ongeveer 8 meter breed is en 1,2 meter dik. Een rubberen slab tussen de diepwanden zorgt voor een goede waterdichte afsluiting.

Nadat de ring van diepwanden gereed was, is het grootste deel van de grond hydraulisch ontgraven om overlast voor de omgeving door vrachtwagens te voorkomen. Het natte zand is opgezogen en via een persleiding naar een depot verpompt. De leidingen hiervoor zijn tijdelijk in het gemeentelijke riool aangebracht.

Tijdens graafwerkzaamheden zijn resten van een oude stadspoort ontdekt. Deze zijn gerestaureerd en staan tentoongesteld op de onderste verdieping van de parkeergarage.

Onderwaterbeton

De onderste vloer van de garage bestaat uit onderwaterbeton. Om opdrijven van deze vloer te voorkomen zijn ruim 400 GEWI-ankers aangebracht met een lengte van 34 meter. De paalpunten van deze ankers zitten 53 meter onder het maaiveld.

Voorafgaand aan het storten van het onderwaterbeton is een wapeningslaag van een meter dik aangebracht, die ervoor zorgt dat de vloer niet opbolt. Na uitharding van het onderwaterbeton bleek de aansluiting tussen de vloer en wanden nog niet volledig waterdicht. Daarom hebben duikers gaten door het beton geboord en met injectielansen een expanderende tweecomponentenhars geïnjecteerd tussen de vloer en de wanden. Toen de lekkage was verholpen, heeft de bouwcombinatie het water uit de bouwput gepompt en is begonnen met de afbouw.

Eerst is bovenop het onderwaterbeton een constructieve vloer gemaakt van 75 centimeter dik. Vervolgens zijn de middenkoker en de trappenhuizen gebouwd. Vanuit de trappenhuizen zijn de kolommen gesteld waarop de prefab betonnen parkeerdekken steunen. Het betreft acht betonnen kolommen voor de middenring en zestien voor de buitenring. Het niet-glazen deel van het dak bestaat uit ruim vijftig betonnen dakliggers met een gewicht van elk zestien ton. Het dak is voorzien van gras en het glas is beloopbaar om het gebied een parkachtige uitstraling te geven.

Sprinkler-installatie

De parkeergarage is voorzien van energiezuinige, dimbare led-verlichting. In totaal gaat het om 650 led-armaturen die vier standen hebben: 30, 25, 20 en 15 Watt. Verder is de garage uitgerust met een sprinklerinstallatie. Bij brand gaan de sprinklers nabij het vuur direct sproeien, zodat een brand geen kans heeft zich verder te ontwikkelen. Daardoor blijft de temperatuur bij een brand laag en blijft de bouwkundige constructie gespaard. Een ventilatiesysteem zorgt voor de afvoer van rook.

Gedurende een bouwproject kunnen er zaken aan het licht komen die van invloed zijn op de geotechnische risico’s – zeker als het gaat om ondergronds bouwen. Het is echter kostbaar om de geotechnisch adviseur continu bij het proces te betrekken. Gevolg is dat risico’s soms te laat worden gesignaleerd, met geotechnisch falen als resultaat. Hoe komen we hieruit?

Als directeur van Fugro GeoServices representeerde Maarten Smits tot voor kort de geotechnisch adviseur bij ondergrondse bouwprojecten. Jack Amesz, directeur van Ingenieursbureau Den Haag, staat vaak aan de andere zijde, als opdrachtgever. De heren zijn de aangewezen personen om te vragen naar de samenwerking tussen deze twee partijen. Hoe ervaren zij de betrokkenheid van de geotechnisch adviseur? Gaat dat goed of kan het beter? Wat zijn volgens hen de belangrijkste struikelblokken?

Gewoontes en genen

“Om samen een mooi project neer te zetten, moet je een gedeelde visie hebben”, stelt Amesz. “Maar opdrachtgevers en adviseurs hebben wel verschillende belangen. Die zul je moeten kennen én begrijpen, wil je goed kunnen samenwerken. We nemen daar meestal de tijd niet voor, we willen gelijk aan de slag. En dan blijven mensen toch vaak gericht op de eigen deskundigheid, want het is moeilijk om je open te stellen voor andere belangen.”

Volgens Smits zit dit voor een deel ook in de genen van de geotechnisch adviseur. “Die stel je een vraag en daarop krijg je antwoord, punt. Je krijgt dus geen antwoord op wat er niet is gevraagd en wat daar de risico’s van zijn. In veel gevallen is dat prima, maar van een specialist mag je een meer actieve rol verwachten, zeker als het gaat om binnenstedelijke situaties met hoge risico’s. Meedenken wordt ze echter lastig gemaakt: geotechnici moeten een voorlopig advies maken zonder de complete context te kennen en ze krijgen naderhand, als het project in uitvoering is, nauwelijks feedback.”

“Het klopt dat de specialist een beetje apart van het team staat”, beaamt Amesz. “Deskundigheid creëert een zekere afstand, je stapt er niet zo snel naartoe. Andersom geldt dit ook: het is voor de specialist soms een grote stap om aan de bel te trekken. Toch is dat wel de bedoeling. Niet dat de adviseur een waarschuwer langs de zijlijn moet zijn, maar juist een aandrager van oplossingen.”

In het echt

Smits: “De geotechnisch adviseur moet voeling houden met het project en zich bewust zijn van de praktische kant van zijn adviezen: een stel computeruitkomsten op papier leiden in de praktijk wel tot een levensgrote constructie. Het is belangrijk dat de specialist die verantwoordelijkheid voelt. Ik vind dan ook dat wij als Fugro veel vaker naar buiten moeten. Ga de bouwplaats op en kijk hoe je advies in de praktijk wordt gebracht.”

Ook Amesz is van mening dat de adviseur meer aandacht moet hebben voor de realiteit. Hij geeft een voorbeeld: “In het ontwerp van een bouwkuip was een fase opgenomen waarin de bouwkuip ongestempeld zou zijn. Rekenkundig gezien klopte het, maar het ging om een binnenstedelijke omgeving en dan moet je dat niet willen. Vervormingen moeten minimaal zijn, vanwege de kwetsbaarheid van de naastgelegen panden. De geotechnisch specialist dacht vanuit het belang van de bouw; hoe houden we de kosten beperkt en bevorderen we de bouwlogistiek? Dat belang had voor hem prioriteit, terwijl in deze situatie het belang van de omgeving naar mijn idee prioriteit moet hebben. Bij gemeentelijke projecten geldt dat dubbel, want daarbij hebben mensen hoge verwachtingen ten aanzien van de betrouwbaarheid. Dat moet een specialist zich realiseren.”

Oplossingen

Smits en Amesz zien dus genoeg knelpunten, maar weten ze ook oplossingen? Ja, zo blijkt. “Allereerst moeten beide partijen onderkennen dat elkaars belangen relevant zijn. Daar kun je als manager expliciet aandacht aan besteden. Ook helpt het als je gevarieerde teams samenstelt; mannen, vrouwen, jong, oud. En je kunt gerichte trainingen organiseren. Zo kom je stap voor stap verder”, meent Amesz.

Smits geeft aan dat er ook winst te behalen valt bij de manier van rapporteren. “De specialist communiceert hoofdzakelijk via rapporten, dus die moeten heel helder geschreven zijn. En vanuit het perspectief van het project; wat moeten de opdrachtgever en uitvoerders weten, hoe moeten ze de informatie interpreteren? Zet er ook bij wat er wel en niet is uitgezocht, dat schept duidelijkheid.”

Amesz: “Beeld is ook belangrijk, mensen zijn visueel ingesteld. Daar spelen we al op in bij de communicatie naar de omgeving, maar ook binnen het project is beeld een goed hulpmiddel. Denk aan ontwerpen in 3D, digitale visualisaties, animaties van het bouwproces: hiermee maak je snel duidelijk hoe dingen in elkaar steken en begrijpt iedereen waar het over gaat. Bovendien spreekt het gewoon meer aan dan teksten en rapporten, wat het werkproces ook positief beïnvloedt.”

Archeologie

Op tal van plekken in Nederland zitten archeologische resten in de bodem. Partijen die een ondergrondse constructie willen realiseren moeten daar serieus rekening mee houden. Niet alleen omdat het bouwproject anders vertraging kan oplopen, maar ook omdat ‘bodemschatten’ een uitgelezen kans bieden om het project nog meer allure te geven.

Als er een vermoeden is dat er op de bouwlocatie archeologische resten aanwezig zijn, zal de vergunningverlener de initiatiefnemer verplichten om voorafgaand aan het project een archeologisch onderzoek te (laten) doen. Is die verplichting er niet, maar wordt er tijdens de bouw onverwacht een archeologische vondst gedaan, dan kan de vergunningverlener alsnog een onderzoek eisen.

Archeologisch onderzoek bestaat uit een aantal hoofdstappen, waarbij er na iedere stap wordt gekeken of, en zo ja welke, vervolgstap stap er noodzakelijk is. Een belangrijke doelstelling bij het onderzoek is om zo min mogelijk grond te verplaatsen en toch zo veel mogelijk te weten te komen over de archeologische waarde van een locatie.

Vooronderzoek

De eerste stap is bureauonderzoek om te bepalen of het gebied archeologische waarde heeft. Hierbij worden geschreven bronnen, kaarten, gegevensbronnen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en van amateurarcheologen, het Actueel Hoogtebestand Nederland en oude onderzoeksrapporten van het gebied bestudeerd. Daarna volgt eventueel het inventariserend veldonderzoek. Er worden dan boringen gedaan of enkele proefsleuven gegraven om de aard, diepteligging, omvang en datering van de archeologische vindplaats te bepalen. Tijdens deze stap worden eventuele sporen en vondsten geborgen, onderzocht en gedocumenteerd.

Wachten of doorgaan

De resultaten van stap een en twee worden gerapporteerd aan de vergunningverlener. Op basis van deze rapportage neemt de vergunningverlener een besluit. Als er geen archeologische waarde is, zal hij de locatie vrijgeven. Dat betekent dat de initiatiefnemer kan gaan bouwen. Is de archeologische waarde daarentegen zeer groot, dan kan hij besluiten om de vindplaats in situ te behouden of de archeologische resten te laten opgraven.

Als het vooronderzoek onvoldoende informatie oplevert om de waarde van de resten te bepalen, zal de vergunningverlener een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden verplichtstellen. Dat houdt in dat er een archeologisch team aanwezig is dat het werk volgt. Zodra de ontgraving het niveau van de verwachte archeologische resten nadert, komt het team in actie. Het ziet nauwlettend toe op het graafwerk, documenteert de resten, bergt de vondsten en bestudeert de bodemprofielen.

Kans

Voor bouwprojecten lijkt archeologie vaak een belemmering, maar als je er op tijd bij bent, dan kun je er juist profijt van hebben. De kennis over het gebied kan inspireren en er zijn verschillende voorbeelden waar ontwerp en archeologie mooi met elkaar samengaan. Zo zijn in de Parkeergarage Houtwal in Harderwijk op de onderste verdieping de resten van een oude stadspoort tentoongesteld die tijdens de bouw werden gevonden. In de Markthal zijn de opgegraven bodemschatten verwerkt in het roltrappenhuis: de Tijdtrap won in 23 oktober 2015 de Prijs der Nederlandse Publieksarcheologie.

Gemeenten

Nederlandse gemeenten hebben een archeologische zorgplicht. Ze moeten in hun bestemmingsplannen en bij het afgeven van sloop-, aanleg- of bouwvergunningen rekening houden met archeologische waarden. Gemeenten kunnen een initiatiefnemer via een voorschrift bij de vergunning verplichten om een archeologisch rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein is vastgesteld.

Een gemeente kan een archeologische waardenkaart maken als hulpmiddel bij de totstandkoming van bestemmingsplannen en het afgeven van vergunningen. Op zo’n kaar geeft de gemeente aan waar archeologische waarden aanwezig zijn of kunnen worden verwacht. Een ander hulpmiddel is de archeologische beleidsadvieskaart, waarop de gemeente verschillende zones en terreinen benoemt, bijvoorbeeld zones met een lage, middelhoge en hoge archeologische verwachting, en de eisen die in ieder zone gelden.
Ondergrond in gemeentelijk beleid

Voorbeeld: Londen

National Geographic Magazine besteedde in het februarinummer van 2016 aandacht aan verborgen schatten in Londen. Aan de hand van prachtige foto´s wordt beschreven welke vondsten er onder de stad werden gedaan bij het aanleggen van de metro.
>> Lees meer

Zinkvoegen

Over de levensduurverwachting van zinkvoegen in tunnels in Nederland blijkt veel onzekerheid te bestaan. Het COB-netwerk heeft daarom een commissie ingesteld om onderzoek te doen. Op 10 december 2014 is de eerste rapportage opgeleverd. Daarna is de commissie verder gegaan met praktijkonderzoek. Inmiddels is duidelijk dat de opgaven breder zijn. De commissie is daarom opgenomen in het tunnelprogramma.

Zinkvoegen in tunnels in Nederland zijn nauwelijks inspecteerbaar en niet vervangbaar. Lekkage van de voegconstructies kan echter leiden tot onverwachte en langdurige afsluiting van rijstroken van de tunnels, met grote economische schade en hoge herstelkosten voor de tunnelbeheerders tot gevolg.

Tunnelprogramma

Omdat de instandhoudingsopgave zich niet beperkt tot zinkvoegen, is het onderzoek naar de levensduur van ondergrondse constructies onderdeel geworden van het tunnelprogramma. Binnen de ontwikkellijn Civiel anders (ver)bouwen wordt de commissie uitgebreid en anders ingericht. Er komen subcommissies over drie onderwerpen: voegen, deformaties van tunnels en degradatie van materialen. Daarboven komt een overkoepelende stuurgroep die de samenhang en kwaliteit van het onderzoek borgt.
>> Lees meer

In mei 2013 werd de Tweede Coentunnel opengesteld voor verkeer. Direct daarna is gestart met de renovatie van de Eerste Coentunnel. De Coentunnel Company is via een DBFM-contract tot en met 2037 verantwoordelijk voor het onderhoud van beide Coentunnels. (Foto: Beeldbank RWS/Aerophoto Schiphol)

Eerste fase

De Coentunnel Company benaderde in 2013 het COB om het probleem – in samenwerking met het netwerk – structureel te analyseren en beheersbaar te maken. Er is gekozen voor een gefaseerde aanpak waarbij op basis van een beperkt budget binnen een redelijke termijn de eerste resultaten kunnen worden bereikt. In de eerste fase gaat het niet om die ene volledig uitgewerkte optimale oplossing, maar om het bepalen van kansrijke oplossingsrichtingen en het komen tot onderzoeksvoorstellen.

Na de uitvraag in augustus 2013 zijn er zestien experts uit het COB-netwerk aangesteld. Op 30 september 2013 kwamen zij voor het eerst bij elkaar, onder leiding van COB-coördinator Brenda Berkhout. Tijdens de startbijeenkomst is er direct inhoudelijk naar het probleem gekeken. Alex Kirstein van de Coentunnel Company vertelde over hun onderzoek naar de zinkvoegconstructies in de Eerste Coentunnel en Leo Leeuw, voormalig uitvoeringsingenieur bij Rijkswaterstaat en nu adviseur bij Nebest, gaf een presentatie over zijn onderzoek naar dilatatievoegen (zie rapport rechts).

Vervolgens is bepaald waar het huidige onderzoek zich op moest richten: het stoppen van bestaande lekkages en het voorkomen van nieuwe. Hiervoor is meer inzicht in het aantastingsmechanisme nodig en moet er een analyse komen van incidenten. Wanneer is interventie noodzakelijk? Welke monitorings- en inspectietechnieken zijn geschikt? Het afdichtingsysteem moet worden bekeken, evenals de wapening van de tandconstructie.

Het doel was niet om alle voegen in alle tunnels in beeld te hebben, maar te kijken naar de tunnels waarvan er informatie binnen de werkgroep beschikbaar is. Dit waren bijvoorbeeld tekeningen, details en conserveringsinformatie. De leden hebben deze informatie meegenomen naar de werksessies en met elkaar doorgenomen. Daarnaast hebben de werkgroepleden contact opgenomen met collega’s om extra informatie in te winnen.

Na diverse werksessies in 2013 en 2014 is op 10 december 2014 de rapportage Instandhouding zinkvoegen opgeleverd. Het rapport omvat de probleemanalyse, oplossingen of oplossingsrichtingen op basis van de beschikbare kennis en voorstellen voor nader onderzoek.

Praktijkonderzoek

Ter aanvulling op het rapport uit 2014 is extra endoscopisch onderzoek uitgevoerd bij vier tunnels: de Drechttunnel, de Noordtunnel, de Kiltunnel en de Vlaketunnel. In februari 2015 zijn de resultaten hiervan opgeleverd. Op basis hiervan is de commissie verdergegaan met praktijkonderzoek. Zo is een aantal voegen van de Heinenoordtunnel onderzocht. De onderzoeksresultaten bevestigen het beeld dat tijdens de eerdere onderzoeken in de Drecht-, Noord, Vlake- en Kiltunnel verkregen is. Daarbij is onder andere in alle voegen water aangetroffen dat van de weg afkomstig is. In een aantal gevallen is corrosie op de klemlijsten en bouten van de klemverbinding waargenomen. In de Kiltunnel is bij één bout een forse staalafname gemeten, waarbij zowel vóór als achter de klemstrip onderzoek is verricht. Vraag is nu in hoeverre hier sprake is van een probleem. Functioneert het Gina-profiel nog en zo ja, voor hoe lang? Hoeveel staalafname is toelaatbaar? Zijn we in staat om bouten en klemlijsten te vervangen?

Op 9 oktober 2015 heeft Nebest, samen met RWS, endoscopisch onderzoek uitgevoerd in de Kiltunnel in Dordrecht. (Foto: COB)

Deelnemers

Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

BAM Infraconsult B.V. -

Locatie: Gouda, H.J. Nederhorststraat 1
Nhut Nguyen, rol: Lid

BESIX S.A. -

Locatie: Brussel, Avenue des Communautés 100
Jan van Steirteghem, rol: Lid

COB -

Locatie: Delft, Van der Burghweg 2
, rol: Begeleider/Facilitator

DEME Infra NL B.V. -

Locatie: Dordrecht, Kilkade 2
Lode Franken, rol: Lid

DEME Infra NL B.V. - DEME Infra

Locatie: Dordrecht, Kilkade 2
Hans Mortier, rol: Lid
Ruben van Montfort, rol: Secretaris

Elumint B.V. -

Locatie: Zoetermeer, Lenastroom 3
Harry de Haan, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling -

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 179
Kees Blom, rol: Lid

Haskoning Nederland B.V. -

Locatie: Amersfoort, Laan 1914 nr. 35
René Kuiper, rol: Lid

Havenbedrijf Rotterdam N.V. -

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 909
Egbert van der Wal, rol: Lid

Kiltunnel -

Locatie: Dordrecht, Kiltunnelweg 100
Arie Bras, rol: Lid

MH Poly Consultants & Engineers B.V -

Locatie: Bergen Op Zoom, Jacob Obrechtlaan 5b
Bard Louis, rol: Lid

Mobilis TBI infra -

Locatie: Apeldoorn, Fauststraat 3
Gerard van den Berg, rol: Lid

Movares Nederland B.V. -

Locatie: Utrecht, Jaarbeursboulevard 280
Jan Jonker, rol: Lid
Peter Hoogen, rol: Lid

Nebest B.V. -

Locatie: Vianen, Marconiweg 2
Jan Kloosterman, rol: Secretaris
Leo Leeuw, rol: Lid

ProRail B.V. -

Locatie: Rotterdam, Delfseplein 27j
Edwin Westerduijn, rol: Lid

Rijkswaterstaat PPO Programma's, Projecten en Onderhoud -

Locatie: Haarlem, Surinamepad 90
Harry Dekker, rol: Opdrachtgever

Rijkswaterstaat PPO Programma's, Projecten en Onderhoud - Rijkswaterstaat GPO

Locatie: Haarlem, Surinamepad 90
Ad Nieuwenhuyzen, rol: Lid

Rijkswaterstaat PPO Programma's, Projecten en Onderhoud - Rijkswaterstaat GPO

Locatie: Haarlem, Surinamepad 90
Gerrit Wolsink, rol: Lid

Rijkswaterstaat PPO Programma's, Projecten en Onderhoud - Rijkswaterstaat GPO

Locatie: Haarlem, Surinamepad 90
Martijn Blom, rol: Lid

Rijkswaterstaat PPO Programma's, Projecten en Onderhoud - Rijkswaterstaat GPO

Locatie: Haarlem, Surinamepad 90
Carolien Nieuwland, rol: Lid

Rijkswaterstaat PPO Programma's, Projecten en Onderhoud - Rijkswaterstaat GPO

Locatie: Haarlem, Surinamepad 90
Stephan van der Horst, rol: Lid
Theo van Maris, rol: Lid

Strukton Infra Specials -

Locatie: Utrecht, Westkanaaldijk 2
Nico Vink, rol: Lid

Trelleborg Ridderkerk B.V. -

Locatie: Rotterdam, Fascinatio Boulevard 350
Joel van Stee, rol: Lid
Frans Melchers, rol: Lid

TU Delft Faculteit Civiele Techniek & Geowetenschappen -

Locatie: Delft, Stevinweg 1
Wout Broere, rol: Lid

Tunnel Engineering Consultants -

Locatie: Amersfoort, Laan 1914 No 35
Hans de Wit, rol: Lid

Van Hattum en Blankevoort -

Locatie: Vianen, Lange Dreef 13
Sallo van der Woude, rol: Lid

Witteveen+Bos -

Locatie: Rotterdam, Blaak 16
Brenda Berkhout, rol: Voorzitter

Multifunctionele waterkeringen: werken aan een doorbraak

Nederland staat met het oog op de klimaatverandering opnieuw voor een omvangrijk waterbeschermingsprogramma. Bij uitstek een vraagstuk waar je Nederlandse ingenieurs voor moet hebben. Zeker als daarbij sprake is van multifunctionele waterkeringen, waarbij ondergrondse toepassingen kunnen bijdragen aan een totaaloplossing.

Klaas Strijbis (oud-directeur Movares) en Hans Pluckel (Hoogheemraadschap van Rijnland) zien mogelijkheden voor zogeheten win-winprojecten, maar er zijn nog wel wat hindernissen te slechten. Multifunctionele oplossingen vragen immers om een integrale benadering. Bestuurlijke versnippering en een gebrek aan gemeenschappelijke ambitie worden vaak als oorzaak genoemd voor het niet benutten van kansen met een hoog maatschappelijk rendement. Het werken vanuit een gezamenlijke visie, gebaseerd op het maximaal creëren van economische waarde, kan daar volgens Strijbis en Pluckel een einde aan maken.

De discussie speelt al langer. Klaas Strijbis: “Ik heb een aantal jaren geleden de kat de bel aangebonden, omdat ik het niet-gebruikmaken van de ondergrond bij de kustverdediging bij Noordwijk aan Zee (zie kader) als een gemiste kans zag. Natuurlijk worden waterkeringen heel zorgvuldig en weloverwogen aangelegd, maar de vraag blijft of je het vanuit een breder perspectief met veel meer maatschappelijk rendement had kunnen doen. In Noordwijk aan Zee had het idee van een parkeergarage in de dijk-in-duin-oplossing een economische en ruimtelijke kwaliteitsimpuls aan deze gewilde badplaats kunnen geven, doordat je duizenden auto’s van straat had kunnen halen en daarmee ruimte had gecreëerd voor hoogwaardige herontwikkeling van huidige laagwaardige parkeervoorzieningen. In Katwijk zien we gelukkig nu een mooie evolutie naar een combinatie van ondergrondse en bovengrondse toepassingen.”

Dijk-in-duin Katwijk
In Katwijk wordt een ondergrondse parkeergarage onder de toekomstige boulevard gerealiseerd, direct binnendijks van een straks versterkte kustwering. Er lag een verdergaand voorstel, de zogeheten Multikering, waarbij een parkeergarage en aanvullende functies, zoals een bibliotheek in de dijk, waren geïntegreerd. Het idee werd in 2011 beloond met een nominatie voor de Schreudersprijs. De stuurgroep Kustwerk Katwijk heeft in 2012 gezegd dat dit plan geen extra voordelen opleverde. De ultieme integrale oplossing bleek dus niet haalbaar. Desalniettemin was er sprake van een baanbrekende multifunctionele aanpak. Hans Pluckel: “De dijk-in-duin-oplossing voor Katwijk had als voordeel dat het geheel zo laag mogelijk kon blijven en de afstand van het dorp tot de zee korter zou zijn. De meerkosten voor deze oplossing hebben we met bijdragen van de gemeente, de provincie Zuid-Holland en Rijnland opgelost. Maar als hoogheemraadschap zijn we conform de waterschapswet primair verantwoordelijk voor de waterveiligheid en dus niet voor parkeren. We hebben wel gezegd dat als de gemeente Katwijk geld beschikbaar zou stellen en het project binnen de gestelde tijd kon worden afgerond, we het alternatief wilden onderzoeken. Dat is ook gebeurd. Daarbij was sprake van een integrale afweging, waarin kustveiligheid, -ecologie en -economie een rol hebben gespeeld.”

In december 2013 is in Katwijk gestart met het aanleggen van de ‘dijk-in-duin’: een dijk van zand bekleed met stenen, met daaroverheen nieuwe, bredere duinen. De extra duinen verminderen de golfslag op de dijk. Daarnaast maakt deze constructie het mogelijk om een ondergrondse parkeergarage aan te leggen langs de boulevard. (Beeld: OKRA landschapsarchitecten)

“Bij de waterschappen is heden ten dage veel meer zicht op andere vragen vanuit de samenleving dan alleen de waterveiligheid”, vervolgt Pluckel. “Het is niet meer de ivoren toren van weleer. We zijn nog in transitie, maar je ziet al wel veranderingen. Van de dertig hoofdingelanden bij Rijnland worden er eenentwintig rechtstreeks gekozen. Dat leidt tot bestuurders met andere achtergronden, zodat meer belangen en inzichten worden meegewogen. We werken nu van buiten naar binnen op basis van gedeelde belangen. Je ziet bij het Hoogheemraadschap van Rijnland dezelfde omslag in denken als bij de Tweede Deltacommissie. Zoals bij het programma Ruimte voor de Rivier steeds tot een algehele belangenafweging is gekomen, zo werkt dat nu ook bij de kustversterking.”

Multikering
Het verdergaande voorstel voor de Multikering Katwijk, dat voortkwam uit het Kennisprogramma Multidijk van CURNET, is in 2011 getoetst door het programmabureau van het Hoogwaterbeschermingsprogramma op de technische haalbaarheid en de kosten. “Hieruit is geconcludeerd dat het principe van de Multikering kan, maar dat er naar verwachting geen reële ruimtelijke voordelen zijn ten opzichte van het voorkeursalternatief”, aldus een persbericht van de gemeente Katwijk. “Het idee van Multikering moet op een aantal fronten aangepast worden om aan de veiligheidsnorm te kunnen voldoen. Daarbij vervallen de voordelen van dit mooie idee grotendeels. Met de noodzakelijke aanpassingen vervallen naar verwachting ook grotendeels de financiële voordelen, waardoor de Multikering op eenzelfde prijsniveau uitkomt als het voorkeursalternatief.” Hans Pluckel over die afweging: “Je kunt zeggen dat we technisch behoudend zijn geweest, maar wel alle doelen hebben gediend. Als het nog slimmer kan: prima. Maar maak dan een voorbeeldproject. Zorg dat er ruimte komt om te experimenteren. Zorg voor proeven. Zorg dat je je huiswerk hebt gedaan.”

Het ontwerp voor Multikering Katwijk werd in 2011 genomineerd voor de Schreudersprijs. (Beeld: DP6)

Juweeltjes
In het gesprek komen verschillende voorbeelden voorbij van geslaagde multifunctionele toepassingen op basis van integrale samenwerking. Bijvoorbeeld de Hafencity in de Duitse havenstad Hamburg, waar ‘Hochwasserschutz’ samengaat met ruimtelijke kwaliteit, wonen en parkeeroplossingen. “Of neem het project Ruimte voor de Rivieren”, zegt Klaas Strijbis. “Dat loopt al zo’n vijftien jaar vrijwel geruisloos. Per saldo is de waterveiligheid aanzienlijk vergroot, zijn de ruimtelijke kwaliteit en de economische waarde toegenomen, en zijn knelpunten opgelost. Het project Stadshavens in Rotterdam kan ook een mooi voorbeeld worden. Dat project ligt in feite aan open zee. Daar wordt door de gemeente Rotterdam een gewenst programma neergelegd, met experimenteerruimte voor innovaties, die je later ook wereldwijd kunt uitzetten. Zo’n aanpak zou vaker moeten kunnen lukken.”

Klaas Strijbis pleit voor meer lef bij bestuurders: “Je moet bestuurders hebben die koploper willen zijn. Willen we verder komen, dan hebben we mensen nodig die hun nek uitsteken. Het is een gegeven dat projecten complexer worden zodra je een bestuurlijke grens overgaat. We hebben dus mensen nodig die zo’n gezamenlijke ambitie willen dragen.” Tegelijkertijd wijst hij op de rol van het COB. “Het COB zou bij dit soort opgaven meer kunnen koersen op het bevorderen van het verticaal denken en het afwegen van ondergronds/bovengronds bouwen. Verbreed het draagvlak naar provincies, gemeenten en waterschappen. Praat met het IPO, de G4, de G30 en kennisinstellingen als Platform31. Breid je scope uit naar meer partijen die de afweging ondergronds/bovengronds in hun beleid kunnen maken. Daar liggen kansen.”

Bewijsvoering
Vanuit zijn bestuurlijke ervaring stelt Hans Pluckel dat de bewijsvoering in de vorm van pilotprojecten noodzakelijk is om bestuurders te betrekken en enthousiasmeren en zo verdergaande multifunctionaliteit mogelijk te maken: “Waar het om gaat, is dat decentrale besturen zich ervan bewust zijn dat er kansen liggen om tegelijk met de kustversterking ook andere zaken aan te pakken. Daarvoor heb je pilotprojecten nodig. Uiteindelijk moet je het belang van een project altijd kunnen aantonen op basis van economische meerwaarde. Hier ligt een opdracht voor organisaties als het COB. Pak politici in de kraag en laat zien dat de uitdaging ligt in de combinatie van water- en ruimtevraagstukken. Zorg voor informatie voor waterschappen en gemeenten, zodat het bewustzijn groeit. En wees op tijd om dat te laten doorklinken in verkiezingsprogramma’s. In 2015 zijn er verkiezingen voor zowel de waterschappen als de provincies. Als je dit onderwerp wilt agenderen, zorg dan dat je plannen op tijd klaar zijn. Maak een agenda. Lobby aan de voorkant en zorg dat het in partijprogramma’s terechtkomt. Dan heb je kans op een doorbraak.”

Tramtunnel

In 1996 begon de bouw van het Souterrain in Den Haag, een 1.250 meter lange tramtunnel onder de Grote Marktstraat met twee ondergrondse stations en tussen deze stations een 600 meter lange ondergrondse parkeergarage met twee parkeerlagen.

Volgens de planning zou het project voor het jaar 2000 gereed zijn, maar door grondwaterproblemen kwam het project ruim twee jaar stil te liggen en moest voor de afbouw gebruik worden gemaakt van een speciale bouwtechniek. Uiteindelijk werd de tunnel in 2004 in gebruik genomen. Sindsdien wordt hij gebruikt voor diverse tramlijnen en inmiddels ook door RandstadRail.

Tot de bouw van de tunnel werd besloten om het bovengrondse winkelgebied leefbaar en goed bereikbaar te houden. Dat is ondanks de problemen tijdens de bouw uitstekend gelukt. De drukke Grote Marktstraat is veranderd in een rustige, chique winkelpromenade en de ruim dertig trams per uur vervoeren dagelijks duizenden bezoekers naar en van de ondergrondse stations Spui en Grote Markt.

De Haagse tramtunnel, ook wel het Souterrain genoemd. (Foto: Flickr/Marco Raaphorst)

Bouwmethode

De tunnel is gebouwd volgens de wanden-dakmethode om overlast op maaiveld zoveel mogelijk te voorkomen. De wanden bestaan voor het grootste deel uit diepwanden en alleen ter plaatse van de Kalverstraat uit stalen damwanden. Op de meeste plaatsen staan de wanden zeer dicht op de bestaande bebouwing, die voornamelijk op staal is gefundeerd.

Over het grootste deel van het tracé bedraagt de afstand tussen de wanden ongeveer 15 meter, alleen ter plaatse van de stations staan ze circa 25 meter uit elkaar. Op de plekken waar de tunnel 15 meter breed is, is de bouwput aan de onderzijde voorzien van een groutboog, die bestaat uit korte elkaar overlappende jetgroutkolommen in de vorm van een afgevlakte ‘U’. De jetgroutboog is aangebracht om het grondwater tegen te houden en om de verticale kracht op de bouwputbodem door de opwaartse waterdruk naar de wanden te leiden. Verder functioneerde de boog tijdens de bouw als stempel voor de wanden. Hiervoor was het nodig dat de boog zo hoog mogelijk in de grond zat, zodat de stempelfunctie optimaal was en de wanden zo min mogelijk zouden vervormen. Het toepassen van een groutboog voor deze drie functies was nieuw.

Ter plaatse van de stations was de bouwput te breed om een groutboog te kunnen toepassen. Hier is gebruik gemaakt van een gellaag voor de verticale stabiliteit en het tegenhouden van het grondwater. Deze oplossing was in ons land al diverse keren met succes toegepast.

Groutboog niet waterdicht

De bouw startte in maart 1996. Het aanbrengen van de diepwanden en damwanden verliep vrijwel zonder verzakkingen van de nabijgelegen bebouwing. Toen het dak was aangebracht werd begonnen met het ontgraven van de bouwput. In februari 1998 was de bouwput op de Kalvermarkt bijna volledig ontgraven, toen er via wellen grondwater omhoog kwam. De groutboog bleek niet waterdicht. Er werd nog geprobeerd om de wellen te dichten met injecties en het aanbrengen van geotextiel en ‘big bags’ als ballast, maar dit bleek niet te werken. Nadat er naast de damwand een gat in de straat ontstond door weggespoeld zand, werd besloten om de lekkage te stoppen door de bouwput onder water te zetten. Hierdoor kwam de bouw stil te liggen.

Deze situatie duurde uiteindelijke ruim twee jaar. In deze periode werd beoordeeld of de lekkage aan de Kalvermarkt een incident was of dat de onbeheersbare welvorming inherent was aan de in het bestek voorgeschreven bouwmethode met de groutboog. Uit een faalkansanalyse bleek dat de kans om meer lekken in de groutboog groot was en dat het weggraven van grond boven een lekke groutboog alleen veilig is als er voldoende grond achterblijft op de boog. Bij de tramtunnel was een dergelijke gronddekking niet haalbaar, omdat de grond op sommige plekken vrijwel tot op de boog ontgraven moest worden.

Tramkom heeft daarom gezocht naar een alternatieve methode voor het afbouwen van de tunnel. Na verschillende opties te hebben bekeken, is besloten om de delen met een groutboog onder verhoogde luchtdruk (1,14 bar) af te bouwen om te zorgen dat er nauwelijks een verschil zou zijn met de waterdruk onder de groutboog. In juni 2000 werd voor de delen met een groutboog het contract omgezet in een ‘design & construct’. Tramkom nam daarmee de verantwoordelijkheid op zich voor het gewijzigde ontwerp. Verder werd afgesproken dat de overige delen van de tunnel volgens het bestek werden afgebouwd.

Verhoogde luchtdruk

Het afbouwen onder verhoogde luchtdruk, had ingrijpende gevolgen. Zo moesten er luchtsluizen worden gemaakt voor mensen en materieel en moest alle afgegraven grond via deze sluizen worden afgevoerd. Om de luchtkwaliteit in de compartimenten met hoge luchtdruk goed te houden werd er alleen met elektrisch materieel gewerkt. Verder konden de bouwers minder lang werken en moesten elke keer bij het verlaten van het compartiment maatregelen worden genomen om ‘caissonziekte’ te voorkomen.

Ook constructief waren er extra maatregelen nodig om geen problemen te krijgen door de hogere druk. Bij tunnel onder de Kalvermarkt moest de vloer boven de eigenlijke tramtunnel – die al was gestort – tijdelijk met een staalconstructie worden verstevigd. Verder moesten hier groutankers worden aanbracht om te voorkomen dat de stalen damwanden omhooggedrukt zouden worden. Onder de Grote Marktstraat was de vloer boven de tunnel nog niet gestort. Om deze vloer geschikt te maken voor de verhoogde luchtdruk werd hij veel zwaarder uitgevoerd en werd gekozen voor een andere verbinding met de diepwanden. Verder werd er tijdelijk ballast op de vloer geplaatst.

Bemalingsproblemen

In de zomer van 2000 werd ook het ontgraven van de bouwput voor station Spui hervat. In juli ontstond hier een wel, vlakbij het compartimenteringsscherm dat de bouwput van station Spui en de bouwput van de Kalvermarkt scheidde. Deze laatste stond nog onder water. Na enkele uren bezweek het scherm en liep ook de bouwput bij het Spui onder. Om dit probleem te verhelpen werd eerst het scherm versterkt en vervolgens grond tegen het scherm aangebracht. Daarna kon het water uit de bouwput Spui worden gepompt.
De maanden daarna bleef de bemaling – die gedurende de tweejarige bouwstop steeds had gefunctioneerd en water wegpompte tussen de gellaag en een daar boven gelegen veenlaag – problematisch. Filters slibden dicht waardoor onvoldoende grondwater kon worden weggepompt. Daardoor dreigde de waterspanning onder de veenlaag zo hoog te worden dat deze zou opbarsten en vervolgens de diepwanden zouden vervormen.

Om de bemaling weer op het gewenste niveau te krijgen, zijn verschillende maatregelen genomen. De grond uit de bouwput is in sleuven van ongeveer zes meter afgegraven over de breedte van de bouwput. Nadat een sleuf was ontgraven is hierin een werkvloer gestort die tegelijkertijd als stempel diende. Voor de bemaling is een groot aantal grondpalen aangebracht, die op de hoogte van de veenlaag waren ‘afgestopt’ en daaronder waren voorzien van een filter. Dat maakte het mogelijk om deze palen ‘aan’ en ‘uit’ te zetten. Pas als het ontgraven begon startte de bemaling. Door deze werkwijze hoefde de bemaling per sleuf slechts drie weken te werken.

Inzichten

Door alle problemen werd de tunnel uiteindelijk ruim vier jaar later in gebruik genomen dan gepland en namen de bouwkosten met circa 100 miljoen euro toe. Na deze moeilijke start, functioneert de tunnel goed. De problemen hebben ook tot de nodige inzichten geleid. Zo concludeert de Delftse hoogleraar funderingstechniek Frits van Tol in 2004 in een artikel in het blad Geotechniek onder andere dat de Tramtunnel nog eens heeft duidelijk gemaakt dat bij ondergronds bouwen:
voldoende robuust moet worden ontworpen
rekening moet worden gehouden met afwijkingen in de bodem en de gerealiseerde (deel)constructies
vooraf moet worden geïnventariseerd welke gevolgen het falen van onderdelen van de constructie hebben
en vooraf maatregelen moet zijn voorbereid om de gevolgen van falen te minimaliseren.
Ook geeft hij aan dat bij de toepassing van waterkerende lagen die zijn gemaakt met groutinjecties, altijd rekening moet worden gehouden met lekken. Verder adviseert hij om softgellagen alleen als waterremmende laag te gebruiken als de bouwfase niet langer dan twee jaar duurt.

Flexival 2018

Dit was een bijzonder en waardevol Flexival! We praten al heel lang over de noodzaak om de ondergrond te betrekken in de ruimtelijke inrichting van ons land, maar wat is de ondergrond nu waard? Wat draagt de bodem bij aan de maatschappelijke opgaven waar we voor staan en hoe maak je dat betaalbaar? Daar draaide het om op 25 januari 2018.

Het gebeurde allemaal op de Bouwcampus. De deelnemers brachten een bezoek aan een vrijplaats waar we innovaties kunnen uitproberen voordat we ze ‘in het echt’ toepassen, waar de bodem een integraal onderdeel is van de leefomgeving van de toekomst en waar weinig belemmeringen zijn op gebied van regelgeving: The Green Village. Daarnaast was er een inspirerend plenair programma en konden de gasten deelnemen aan interactieve subsessies. Wat gebeurt er bij een wolkbreuk: kan er dan kortsluiting ontstaan in vitale ondergrondse netwerken? En tunnels: wat leveren die méér op dan dat er verkeer doorheen kan?

Er was volop ruimte voor nieuwe inzichten, dwarsverbanden en humor. De deelnemers kregen een blik op de ondergrond vanuit sociologisch perspectief en zagen dat klagen over de ondergeschikte positie van de bodem geen zin heeft.

9.30  |  Opening door Gijsbert Schuur

Gijsbert is sinds een klein jaar coördinator van het platform meerwaarde ondergrond (voorheen Carrousel en platform Ordening en ondergrond) en organisator van zijn eerste Flexival.
>> Download presentatie (pdf, 600 KB)

9.45 |  Wim Derksen: De ondergrond als proeftuin

Wim is socioloog en bestuurskundige en was directeur van het Ruimtelijk Planbureau en hoogleraar bestuurskunde in Leiden en Rotterdam. Daarnaast is hij schrijver en hardloper en speelt hij fagot en cello.

Wim heeft een mening over dynamisch stedelijk gebied en de inrichting daarvan. ‘Bijna alles wordt door de ruimtelijke ordening bepaald.’ De ruimtelijke ordening richtte zich altijd vooral op de bovengrond. En heeft zichzelf daar gaandeweg in vastgedraaid. De ondergrond laat zien wat de essentie ruimtelijke ordening is. Misschien kan dat besef de ruimtelijke ordening van de bovengrond weer perspectief bieden. De ondergrond als proeftuin voor een nieuwe ruimtelijke ordening!
>> Lees zijn blog ‘Principes voor ordening van de ondergrond’
>> Download presentatie (pdf, 280 KB)

10.30  |  Bert van Eekelen: meervoudig ruimtegebruik in de praktijk

Bert schreef niet voor niets mee aan de Zeven sleutels, een publicatie over afwegingen bij projecten met ondergrondse alternatieven. Zijn ruime ervaring met de complexe en vaak emotionele planprocessen maken hem tot deskundige op dat gebied. Vanuit studies naar Spoorzone Delft, A2 Maastricht, A2 Leidsche Rijn en de Sijtwendetunnels zal hij op het Flexival zijn licht laten schijnen over de Zuidas.
>> Download presentatie (pdf, 1.7 MB)

11.00  |  Pauze

11.30 | Stand-up: Bart Flos

‘Mijn naam is Bart Flos en ik heb de euvele moed gehad om een anti-klaagboek te schrijven: eerste hulp bij zeuren en zaniken!’

Bart is gewoontedoorbreker, groepskatalysator en procesprikkelaar. ‘De mens, ons brein en ons gedrag fascineert mij mateloos in al haar aspecten. Ik houd ervan om te prikkelen, te enthousiasmeren en te verbazen. Maar ik vind het ook geweldig om mensen anders over de dingen na te laten denken. Om iets in onszelf of aan onze omgeving te veranderen moeten we immers het moeilijkste doen dat er is: we moeten onze gewoontes doorbreken.’

Dit is het moment om op je qui-vive te zijn, want Bart gaat ons laten zien dat het helemaal niet moeilijk is om de ondergrondse waarde te benutten en mee te nemen bij gebiedsontwikkelingen! We stoppen met mopperen en gaan in de aanval!

12.30  |  Lunch

13.15 – 14.15 uur | Sessieronde 1

The Green Village: bezoek de leefomgeving van de toekomst (excursie)
“De toekomst hangt af van wat je nu aan het doen bent.” M. Gandhi
The Green Village, op de Bouwcampus in Delft, is een broedplaats om de ontwikkeling en implementatie van innovaties te versnellen. Het oplossen van onder meer de klimaat- en energieopgave vraagt nieuwe ideeën en oplossingen. Combinaties van nieuwe technieken en samenwerking tussen onwaarschijnlijke partners, leiden tot radicale innovaties. Hiervoor wordt letterlijk een omgeving geboden waar innovaties ontwikkeld kunnen worden, producten mogen falen, en wet- en regelgeving geen belemmering hoeft te zijn. Voor de ontwikkeling van The Green Village speelt de ondergrond een belangrijke rol, zowel voor de energievoorziening als de wateropgave. The Green Village geeft u een blik in de toekomst; de eerste woningen zijn al gebouwd en bewoond.
Door: Serge Santoo (The Green Village) 

CIrcle, de impact van een wolkbreuk op vitale ondergrondse infrastructuur (workshop)
“Klimaatadaptatie: het aanpassen van de lokale en regionale omgeving aan de onvermijdelijke gevolgen van klimaatverandering.” Rijkswaterstaat
De directe gevolgen van een wolkbreuk zijn redelijk goed in te schatten en te berekenen, maar de indirecte effecten (of cascade-effecten) op de vitale infrastructuur in de ondergrond zijn niet altijd duidelijk. Is het zo dat bij 25 centimeter water er kortsluiting ontstaat in het elektriciteitsnetwerk? En voor hoeveel tijd is er dan een noodvoorziening voor een industrieterrein of verzorgingstehuis? Deltares heeft het CIRCLE-model ontwikkeld om de impact van het veranderende klimaat op de vitale infrastructuur te bepalen en afgewogen keuzes voor maatregelen te maken. In een bijzonder interactieve workshop onderzoekt u welke cascade-effecten optreden bij hevige regenval in binnenstedelijk gebied.
Door: Micheline Hounjet (Deltares)
>> Zie het filmpje in de kolom rechts 

De Waterwolftunnel, zijn geld waard? (presentatie én brainstorm)
‘Waterwolf’ was een bijnaam van het Haarlemmermeer, vanwege het woeste en landvretende karakter van het meer.
De Waterwolftunnel ligt tussen Aalsmeer en Schiphol onder de Ringvaart van de Haarlemmermeer en maakt deel uit van de provinciale weg N201 in Noord-Holland. Dat de kosten van beheer en onderhoud van dergelijke tunnels behoorlijk zijn is bekend. Maar wat levert zo’n tunnel op; zijn de baten te kwantificeren? De beheerder van de tunnel vertelt u waarom hij op zoek is naar de baten van ‘zijn’ tunnel. Daarna houden we een brainstorm. Welke baten zien we zoal? Bent u als tunnelbeheerder de discussie over de terugkerende kosten zat en zoekt u inspiratie voor een gelijkwaardiger discussie? Kom naar deze sessie en praat mee!
Door: Albert Kandelaar (provincie Noord-Holland), Jeroen Klooster en Gerben Quirijn of Ruth Hiddink (Arcadis)
>> Download presentatie (pdf, 1.3 MB)

14.25 – 15.25 uur | Sessieronde 2

The Green Village: bezoek de leefomgeving van de toekomst (excursie)
“De toekomst hangt af van wat je nu aan het doen bent.” M. Gandhi
The Green Village, op de Bouwcampus in Delft, is een broedplaats om de ontwikkeling en implementatie van innovaties te versnellen. Het oplossen van onder meer de klimaat- en energieopgave vraagt nieuwe ideeën en oplossingen. Combinaties van nieuwe technieken en samenwerking tussen onwaarschijnlijke partners, leiden tot radicale innovaties. Hiervoor wordt letterlijk een omgeving geboden waar innovaties ontwikkeld kunnen worden, producten mogen falen, en wet- en regelgeving geen belemmering hoeft te zijn. Voor de ontwikkeling van The Green Village speelt de ondergrond een belangrijke rol, zowel voor de energievoorziening als de wateropgave. The Green Village geeft u een blik in de toekomst; de eerste woningen zijn al gebouwd en bewoond.
Door: Serge Santoo (The Green Village) 

Bouw een trap voor de financiering (workshop)
Coming together is a beginning. Keeping together is a progress. Working together is a succes.” Henry Ford
Meervoudig ondergronds ruimtegebruik staat steeds vaker in de belangstelling, maar hoe breng je de waarde van meervoudige ruimtegebruik in beeld en hoe financier je dat? Jurgen van der Heijden heeft samen met Hanneke Puts (TNO) zeven masterclasses georganiseerd rondom de financiering van meervoudige ondergrondse projecten. Jurgen geeft u eerst een overzicht van de resultaten en vervolgens gaan we met elkaar een trap bouwen. Een trap? Ja, Jurgen en Hanneke hebben een methodiek ontwikkeld waarmee je door het bouwen van een trap de maximale toekomstwaarde van meervoudig ondergronds ruimtegebruik in beeld kunt brengen. Wij gaan deze trap bouwen voor een concrete ondergrondse opgave van een van onze participanten.
Door: Jurgen van der Heijden (AT Osborne)
>> Download presentatie (pdf, 470 KB)

Ontwerpen voor een zichtbare ondergrond (workshop)
Steek je hoofd eens ónder het maaiveld!
In deze sessie gaat u samen met studenten stedenbouwkunde van Saxion hogeschool aan de slag met het verbinden van boven- en ondergrond. Met elkaar onderzoeken we op een ontwerpende manier hoe we ondergrondse activiteiten en potenties bovengronds zichtbaar kunnen maken, en hoe we van daaruit bewustwording en verbinding kunnen realiseren.
Door: Robert Wienk  (Saxion hogeschool)
>> Download presentatie (pdf, 1.7 MB)

 

15.35 – 16.35 uur | Sessieronde 3

Breng de bodem in beeld voor gemeente ‘s-Hertogenbosch (word-wijzer-sessie)
“Visie is de kunst het onzichtbare te zien.” Jonathan Swift
Linda Maring vertelt ons kort hoe diverse gemeenten bodeminformatie kunnen visualiseren om een bijdrage te kunnen leveren voor een omgevingsvisie of omgevingsplan. Vervolgens gaan we samen aan de slag met een omgevingsplan voor de gemeente Den Bosch. Welke bodeminformatie is van belang voor de ontwikkeling van het gebied en de maatschappelijke opgaven, hoe breng je dit in beeld? Daarbij zullen ook de ondergrondtools die de gemeente nu hanteert, tegen het licht worden gehouden.
Door: Linda Maring (Deltares) en Harke Tuinhof en Rogér Derksen (gemeente ’s-Hertogenbosch)
>> Download presentatie (pdf, 2.7 MB)

Omgevingswetspel: kennismaken met de ondergrond in de Omgevingswet
“Spelen is de hoogste vorm van onderzoek.” Albert Einstein
Het Omgevingswetspel heeft de vorm van een ganzenbord waarbij uitdagende vragen en stellingen over onderwerpen zoals omgevingsplan, omgevingsvisie en omgevingsvergunning aan bod komen én de rol van de ondergrond daarin. De vragen zijn praktijkvoorbeelden en geven de deelnemers de kans om zich de nieuwe wet eigen te maken en na te denken over de impact van de wet in hun omgeving. Een serieus spel gericht op competitie, maar er valt ook genoeg te lachen!
Door: Leonie van Twisk (Antea Group)
>> Lees meer op de website van Antea

De ondergrond, daar zit muziek in! (creatieve sessie)
“Er zijn known-knowns, feiten die we kennen, en known-unknowns: zaken waarvan we nu al weten dat we ze niet kennen. Dat zijn de voorspelbare verrassingen.” Donald Rumsfeld
De ondergrond, daar zit wel muziek in. Maar voor je het weet, is het de blues! In deze sessie onderzoeken we samen hoe we de undergroundblues kunnen zien aankomen en wellicht kunnen voorkomen. Next Underground heeft als basis dat we de toekomst slechts beperkt kunnen voorspellen, gezien de snelheid waarmee veranderingen op ons afkomen. We denken na over voorspelbare verrassingen. Transities zitten vol van deze verrassingen. Welke? Geen idee, en dat is precies het punt. Dat ze komen is echter een feit. Daar moeten we ‘snel’ op kunnen reageren. Maar ja, de ondergrond is niet snel. Deze transities vragen een andere dynamiek tussen ruimtelijke ordening, realisatie en beheer. Wil je meedenken en raak je niet van slag van de blues? Kom dan naar deze sessie!
Door: John de Ruiter (gemeente Rotterdam) en Geert Roovers (Saxion hogeschool)

16.35 uur | Borrel

Uiteraard kunt u aan het einde van de dag nog even napraten met (nieuwe) collega’s.

Zo kan het ook: fijn fietsen

Fietsen is een bezigheid die je zou moeten stimuleren, toch? Onderdoorgangen zijn echter zelden motiverend. Gelukkig zijn er ook voorbeelden van fietstunnels die je (bijna) op de fiets doen springen.

Tegeltjes

(Beeld: YouTube/alphons net)
Een tunnelwand kun je natuurlijk schilderen, maar volplakken met tegeltjes is misschien nog leuker. In Amsterdam is de spooronderdoorgang bij het Centraal Station door Koninklijke Tichelaar Makkum voorzien van ruim 70.000 handgevormde en beschilderde tegels. Ontwerpster Irma Boom maakte hiervoor een bewerking van een achttiende-eeuws tableau van Cornelis Bouwmeester. Zo kan het dat een Rotterdams oorlogsschip opeens voorzien is van een Amsterdams stadswapen.
>> Lees meer over het project

(Foto’s: Flickr/Jasper Arends)
In de fietstunnel onder de N44 in Wassenaar werden meer dan een miljoen glazen tegeltjes aangebracht. Tezamen tonen ze een kleurrijk strandlandschap dat werd ontworpen door Syb van Breda & Co. Een domper voor de bijzondere tunnel is dat de kostenoverschrijding van 1.8 miljoen euro leidde tot de val van het college van B en W.
>> Lees meer over het project

Afwisselend

(Foto: Flickr/Net Circlion)
Verf en tegeltjes zijn relatief onveranderbaar. Licht en geluid zijn een stuk flexibeler. In Lyon is eind 2013 een nieuwe, ruim twee kilometer lange tunnel onder het centrum opengesteld waar fi etsers (en voetgangers en bussen) enorme projecties krijgen voorgeschoteld met bijpassend geluid. Van abstracte kunst tot realistische tuintaferelen.
>> Lees meer (Engelstalig)

Dit was de Onderbreking Waardering

Bekijk een ander koffietafelboek: